Onderzoek naar lagere mestemissies in volle gang

Nieuws

Onderzoek naar lagere mestemissies in volle gang

Gepubliceerd op
7 juli 2020

Melkveehouders kunnen op verschillende manieren bijdragen aan het verminderen van methaan- en ammoniakemissies. Over grasland op zandgrond uitrijden van met water verdunde mest met een zodenbemester, is een kansrijke mogelijkheid.

Hoeveel emissie deze techniek reduceert op zandgrond, wordt nu in de praktijk gemeten binnen een project behorende bij het onderzoeksprogramma ‘Integrale aanpak dier- en voerspoor in de melkveehouderij’. Uitvoerder is Wageningen Livestock Research en Wageningen Plant Research met financiering van het ministerie van LNV. Die integrale aanpak houdt in, dat er oog is voor het verband tussen diverse maatregelen, omstandigheden, emissies (stikstof en broeikasgassen) en de effecten op de bedrijfsvoering. Zo is de ammoniakemissie van mest uitrijden sterk afhankelijk van de mestsamenstelling, de weersomstandigheden, de grondsoort, de grashoogte, én de netheid van de mesttoediening. Als de melkveehouder via voermaatregelen er ook voor zorgt dat de mest al minder stikstof bevat, dan werkt dit naast de technische maatregelen gelijk ook door bij de emissiebeperking.

Model voor monitoring

Mest verdunnen met water (foto: G. Holshof)
Mest verdunnen met water (foto: G. Holshof)

Ondanks de preventieve mogelijkheden van de samenstelling van het rantsoen, is het project ‘Uitrijden van verdunde mest met een zodenbemester’ een perspectiefvolle technische maatregel om emissiereductie te realiseren. Op veen- en kleigrond hebben eerdere proeven met verdunde mest die is toegediend met een sleepvoet tot lagere emissies geleid. Daarom wordt nu op een andere bodem (zand) verdunde mest met een andere machine getest. De zodenbemester plaatst de mest in sleuven van zo’n 5 centimeter diepte in de bodem. Door daarmee de drijfmest zowel onverdund als met water verdund uit te rijden bij een melkveehouder op zandgrond, voorziet dit project in het monitoren van de effecten van mestverdunnen op de emissie. De te verzamelen data worden gebruikt voor ontwikkeling modellering, waarbij alle gegevens  over weersomstandigheden, grondsoort en mestsamenstelling worden ingevoerd in een model, dat de omstandigheden en de resultaten in verband brengt met elkaar. Naar verwachting zorgt het verdunnen van mest voor minder emissies, en leidt het ook tot hogere gewasopbrengsten doordat stikstof die niet vervliegt, kan worden benut door het gras.

Proefvelden

De proeven voorzien in het meten van de efficiëntie van het toedienen van verdunde mest via het meten van de stikstofopbrengsten in maaiproeven en het direct meten van ammoniakemissie. Op 23 maart 2020 zijn twee bemestingsproefvelden – een van nature wat nattere en een drogere locatie - bemest, waarna op 13 mei op beide locaties de eerste snede is geoogst. Op 19 mei volgde de bemesting voorafgaande aan de tweede snede, die op 16 juni 2020 is geoogst. Een dag later vond de bemesting voor de derde snede plaats. Deze volgt naar verwachting eind juli, waarna in augustus en oktober nog een vierde en vijfde snede volgen. De proef is uitgevoerd in samenwerking met Unifarm, onderdeel van Wageningen Universiteit & Research. Op andere proefvelden zijn de eerste emissiemetingen gestart na de 1e snede.

Naar verwachting zullen eind dit jaar de eerste resultaten gepresenteerd worden.

<L CODE="C04">Ministerie van LNV</L>